… - 1970 ‘de voorhistorie’Prehistorie

We gaan heel snel even met een teletijdsmachine een 900 jaar terug in de tijd. We zien dan dat rond het Silsombos door haar drassige bodem ongeschikt voor bewoning en landbouw zich de dorpsgemeenschappen Nederokkerzeel en Erps-kwerps zo’n vestigden. De droge en hoger gelegen gebieden nu beter bekend als dorenveld, groot veld waren met hun vruchtbare grond ideaal voor landbouw. Maar toch werden ook stelselmatig de natte en lager gelegen gebieden als het Silsombos door mensenlijke activiteit en kleinschalig beheer gekenmerkt. Dorpsbewoners bewerkten deze natte gebieden voor wat hooi en hakhout voor eigen gebruik (iedereen had een koe, een varken,…). Het landschap van het Kampenhoutse gedeelte van het Silsombos is voor het grootste deel tot 1940 en waarschijnlijk tot en met de jaren zestig sindsdien niet sterk gewijzigd geweest. Het landschap van het Kortenbergse gedeelte is daarentegen de laatste tweehonderd jaar wel meermaals ingrijpend van gedaante verwisseld. Op de kaart van Ferraris zijn een viertal entiteiten te onderscheiden, waaronder drie relatief grote bossen en een gemene weide, resp. ‘Audemansbosch’, ‘Elsenbroeckbosch’, ‘Bois Kiestevijver’ en ‘Commune de Silsem’. Rond 1930 was van het Audemansbosch nagenoeg geen spoor meer over (omvorming naar akker) en waren van de twee andere aanzienlijke delen naar grasland omgevormd. Langs de Weesbeek bleef over meer dan een kilometer een aaneengesloten zij het soms smalle reep (beekbegeleidend) bos bewaard.

Na de 2de wereldoorlog verdween eigenlijk systematisch de functie van het gebied als leverancier van hooi voor koe en varken en hakhout voor de stoof. Gezien de nood aan grondstoffen verdween, leefden de mensen niet meer van of met het gebied. Om toch nog een iet of wat rendabele functie aan het natte gebied te geven geldde er sinds de zeventiger jaren een sterke trend tot bebossing van de vochtige graslanden met populier. Al de landschappelijke structuren, de diverse biotopen en de bloemrijke vegetaties werden vervangen door monotone populierenaanplant met ruigtes met brandnetels en bramen.

Jaren 90 De pioniersPrehistorie

Begin jaren negentig namen de pioniers uit het Torfbroek ‘Jan Wouters, Michel Janssens en Guy de Brocqueville’ het initiatief om tot actie over te gaan om ook het Silsombos te gaan beschermen. Deze pioniers wisten perfect de waarde en potenties van het gebied in te schatten. Relicten van wat was en van wat ooit weer zou kunnen zijn, gaf hun de hoop en de kennis om het gebied ooit weer naar biodiversiteit en landschap in volle glorie weer te laten floreren. Maar daarvoor moest eerst aangekocht worden…

In 1994 vond de eerste aankoop plaats op een openbare verkoop. Het was de vader van Michel Janssens die toen deze historische aankoop realiseerde voor toen Natuurreservaten vzw.Het project kreeg eigenlijk pas echt goed vorm doordat toenmalig schepen van milieu, nu burgemeester van Kampenhout Jean Meeus zijn samenwerking aanbood.

De huidige burgemeester verkocht ook zelf in 1995 enkele percelen aan Natuurpunt (toen natuurreservaten vzw) ‘waaronder de bekende bloemenweide’ één van de mooiste plekjes van het Silsombos met toen nog Betonie, kleine valeriaan en Karwijselie als indicatoren voor de potenties van het gebied.

In januarie 1997 werd er erkenningsdossier met beheerplan ingediend om het gebied te laten erkennen als natuurreservaat. 23,5 ha natuur was toen al reeds via aankoop ons toevertrouwd. Toon David, Rita Guelinckx, Luc Demuylder en graaf Guy de Broqueville waren de eerste conservators van het gebied.

Begin jaren 2000 de grote inrichtingPrehistorie

Ewoud L’Amiral nam samen met Luc Demuylder eind jaren 90 wat conservatorschap betreft de fakkel over van de pioniers. Samen  zetten in augustus 2001 hun schouders onder de eerste grote inrichtingswerken. 12 ha populierenaanplant werd omgevormd tot een moziek van moerassige en soortenrijke graslanden en bosschages.  Om een indicatie te geven, vlak voor de inrichting bloeiden er op onze percelen in het Silsombos nog maar slechts een 15-tal bosorchisplantjes. Een paar Herfsttijlozen hielden nog maar net stand tussen de brandnetel- en bramenruigten in de populierenbossen.

De jaren nadien werden percelen verder ingericht en startte vervolgens op het grootste deel van de omgevormde percelen het reguliere beheer. Waaronder het jaarlijks maaien, hooien van de +/- 7ha hersteld grasland. Naarmate het gebied ingericht geraakte werden de uitdagingen werden in verhouding steeds groter. Naast de verenigde krachten van de afdelingen Kampenhout en Kortenberg en de steun van de naburige scholen, verenigingen en bedrijven werd het steeds duidelijker dat het Silsombos nood had aan een ‘beheerteam’ dat zich helemaal zou kunnen toewijden aan het beheer van het Silsombos.  

Een beheerteam dat ook ten volle kansen creëert en benut aan een brede maatschappelijke opdracht. Een beheerteam dat kansen schept om met velen, ieder op zijn manier en naar eigen mogelijkheden, deel te nemen aan het realiseren van het project Silsombos. Het Silsombos als middel tot persoonlijke ontplooiing van leden, nieuwe actieve vrijwillige medewerkers en omwonden.